Home » Binnenland » Politieblog: Deuk in mijn schedel
foto: Politie.nl

Politieblog: Deuk in mijn schedel

Het is zondagmorgen omstreeks 04.00 uur. Ik ben horecacoördinator in de binnenstad van Leeuwarden en we zijn op weg naar een man die ruzie maakte op het Ruiterskwartier in Leeuwarden.

Wanneer we er aankomen, is de man al weg. Via de portofoon hoor ik even later van een collega dat hij weer ruzie maakt, nu bij de taxistandplaats op het Wilhelminaplein. Als wij daar arriveren, probeert een collega hem net staande te houden, maar de man werkt hier niet aan mee. Mijn collega pakt hem vast bij zijn jas, maar tot twee keer toe schudt de man zich los en loopt door.

Omdat ik verwacht dat de man opnieuw een ruzie gaat beginnen, versnel ik mijn pas en pak hem vast bij zijn bovenarm. Hij begint luidkeels te schreeuwen roept ons allerlei nare verwensingen toe. Leuzen als ‘Rot op k*popo’s’ en ‘Jullie zijn allemaal k*lijers’. In elke zin schreeuwt hij de vervelende ziekte. We vertellen hem dat hij wordt aangehouden voor belediging en zetten hem met armklemmen tegen de muur. Maar wanneer mijn collega hem wil boeien, rukt hij zich los en door de ongelukkige en onverwachte beweging vallen we met hem op de grond.

De man ligt op zijn rug. Ik buig over hem heen in de hoop hem onder controle te krijgen. Omdat ik bang ben dat hij er weer vandoor probeert te gaan, houd ik hem stevig vast. Dan voel ik een harde klap tegen mijn achterhoofd. Ik krimp in elkaar van pijn en zie in een flits dat hij me met zijn knie heeft geraakt.

Wanneer hij eindelijk geboeid is, lijkt het alsof het niet goed gaat met de man. Het is alsof hij flauw gaat vallen. Ik geef hem wat ruimte, terwijl mijn collega hem bij de handboeien vasthoudt. Maar de man herstelt ineens en begint weer te uit te halen. Nu trapt hij me hard tegen mijn linker scheenbeen. Dan arriveert er een politieauto die de man naar het politiebureau gaat brengen. Ik help hem overeind. Wanneer we hem in de dienstauto zetten, is hij heel rustig. Maar als hij bijna zit, laat hij zich opeens naar links vallen en geeft me opnieuw een harde trap, nu tegen mijn rechter knie. Ik moet zijn verzet nu echt staken voor hij nog meer schade aanricht en geef hem een vuistslag in zijn buik. Dit helpt, nu werkt hij mee.

Van omstanders krijgen we complimenten als de man eindelijk op weg naar het bureau is. Ze zijn blij dat we hem onder controle kregen en vinden dat we veel geduld met hem hadden. Aan het einde van de dienst, tijdens de administratieve afhandeling op het bureau, voel ik mijn nek stijf worden. Op een gegeven moment kan ik mijn hoofd niet eens meer goed draaien. Ook krijg ik flinke hoofdpijn. Een collega ontdekt een grote kras op mijn achterhoofd. Op uitdrukkelijk verzoek van de chef van dienst doe ik aangifte van mishandeling. Geweld tegen politiemensen wordt niet getolereerd.

De volgende dag is mijn barstende hoofdpijn nog steeds niet over. Mijn nek zit nu helemaal vast en mijn linker scheenbeen doet ook goed zeer. Er zitten verschillende blauwe plekken op. De huisarts constateert een hersenschudding en zegt dat ik het maar even rustig aan moet doen.

Ik krijg last van evenwichtsstoornissen; ik heb het gevoel alsof ik niet recht kan staan. Ik heb moeite om mijn balans te vinden en moet me af en toe ergens aan vastgrijpen om niet om te vallen. Als ik loop lijkt het wel alsof ik dronken ben. Ik kan niet werken, waar ik erg veel moeite mee hebt, want ik ben best wel een beetje een work-a-holic. Ik merk dat mijn lontje steeds korter wordt. Het is niks voor mij om thuis te zitten.

Uiteindelijk mag ik, na enig tegenstribbelen van de bedrijfsarts, na 3 maanden weer halve dagen werken. Niet op straat, alleen op het bureau. Ik wist niet dat het kon, maar ik heb een deuk in mijn schedel overgehouden aan de volle knie tegen mijn achterhoofd. De verdachte pleit voor de rechter dat hij zijn leven gebeterd heeft. Hij wordt veroordeeld tot 30 uren taakstraf.