Home » Provincies » In hoger beroep 18 jaar cel geëist voor Vlaardingse liquidatie in 2013

In hoger beroep 18 jaar cel geëist voor Vlaardingse liquidatie in 2013

De advocaat-generaal (OM) in Den Haag heeft vandaag in hoger beroep een gevangenisstraf van achttien jaar geëist tegen een 52-jarige Rotterdammer. De man wordt ervan verdacht opdracht te hebben gegeven tot de liquidatie van een destijds 44-jarige Vlaardinger, omdat hij meende dat de man een affaire met zijn vrouw zou hebben. De echtgenote van de verdachte schoot het slachtoffer op 1 februari 2013 dood.

Uit het dossier blijkt dat de verdachte zijn vrouw geruime tijd zou hebben mishandeld en tijdens meerdere ruzies had aangedrongen op het ombrengen van de vermeende minnaar van zijn vrouw. De verdachte zou daarbij gezegd hebben dat zijn vrouw dit moest doen omdat zij minder gevangenisstraf zou krijgen dan wanneer hij de daad zou verrichten. Het onderzoek wijst ook uit dat de verdachte zijn vrouw meermaals zou hebben verkracht en heeft gedwongen om mee te werken aan de vervaardiging van pornografisch materiaal, waarmee hij haar later zou chanteren. Door grof geweld, intimidatie en doodsbedreigingen gericht aan zijn vrouw en hun kinderen heeft de verdachte geprobeerd zijn vrouw zover te krijgen haar vermeende minnaar om het leven te brengen. Met succes, zo blijkt uit de fatale schietpartij op 1 februari.

Het slachtoffer was die bewuste dag zojuist uit de moskee vertrokken na het vrijdagmiddaggebed. Op instructie van haar echtgenoot, die haar had geïnstrueerd op het gebruik van een vuurwapen, wachtte de vrouw het slachtoffer op. Toen de man in zijn auto was gestapt heeft de vrouw hem vervolgens vanaf korte afstand neergeschoten. Het slachtoffer overleed ter plekke.

De rechtbank veroordeelde de verdachte eerder tot een gevangenisstraf van twaalf jaar. Ook zijn vrouw werd tot diezelfde straf veroordeeld. De officier van justitie had in eerste aanleg een gevangenisstraf van 10 jaar geëist tegen de vrouw en een gevangenisstraf van achttien jaar tegen de verdachte die vandaag opnieuw voor de rechter stond. Zowel het Openbaar Ministerie als de verdachte gingen tegen de uitspraak in de zaak van de man in hoger beroep. De officier van justitie is van mening dat de gevangenisstraf van twaalf jaar geen recht doet aan de bewezenverklaarde feiten. De advocaat-generaal volgt hierin de visie van de officier en eiste daarom opnieuw een gevangenisstraf van achttien jaar.

In de visie van het OM heeft de verdachte zich met zijn gedrag schuldig gemaakt aan het uitlokken van moord. Daarbij had de man zich kunnen realiseren dat de moord zou plaatsvinden op de openbare weg en dat omstanders daar getuige van zouden kunnen zijn. “Moord is de ultieme veroordeling van het leven van iemand anders. Er is op gewelddadige wijze inbreuk gemaakt op het hoogste recht dat een mens toekomt, het recht op leven. Die inbreuk is onomkeerbaar. Door het overlijden van het slachtoffer en vooral de wijze waarop dit is veroorzaakt heeft de verdachte groot en onherstelbaar verdriet veroorzaakt bij zijn echtgenote en zijn drie dochters. De verdachte gaat zijn verantwoordelijkheid voor zijn betrokkenheid bij deze kille moord geheel uit de weg”, aldus de advocaat-generaal.