Home » Binnenland » Politieblog: baby in vuilniscontainer
foto: Gemeenschappelijke Meldkamer Amsterdam

Politieblog: baby in vuilniscontainer

Het is een gewone zaterdagnacht op de meldkamer in Amsterdam, in oktober is het alweer 2 jaar geleden. Het gebruikelijke uitgaanspubliek gaat richting huis. Op de meldkamer wordt het langzaam wat rustiger en komt de zondagochtend steeds dichterbij. De telefoon gaat, natuurlijk niets bijzonders op een meldkamer. Maar wat we niet weten is dat dit een telefoontje is dat alle collega’s zal bijblijven.

Ik zit op dat moment achter de mobilofoon, de plek waar vandaan je de collega’s op straat aanstuurt. Op die plek neem je geen telefoon aan. De collega die achter mij zit neemt de telefoon op. Ik hoor slechts zijn kant van het gesprek. ‘U staat bij een ondergrondse vuilcontainer en er komt geluid uit.’ ‘Nee, ik denk niet dat u gek bent.’ ‘Waarom denkt u dat het een baby is, en niet bijvoorbeeld een kat?’.

Als het rustig is achter de mobilofoon, vang je vaak flarden van gesprekken op. Maar soms hoor je iets, waardoor iedereen ineens de oren spitst. Dit was zo’n gesprek. Het was doodstil op de vloer.

Op het moment dat mijn collega de melding digitaal aan mij doorstuurt, verbreekt hij ook de verbinding met de melder met de woorden ‘we komen eraan, mevrouw’. Ik draai me om naar mijn collega. We overleggen kort. We kunnen het ons beide niet voorstellen dat er een kindje in de container ligt en vermoeden dat het een kat betreft. Die kunnen vreselijk klaaglijk miauwen. We besluiten samen dat de politieauto die aangestuurd wordt, niet met zwaailicht en sirene gaat rijden. Want, het zal wel een kat zijn. Ik geef de politieauto mee dat men hoort huilen vanuit een container, dat de melder bang is dat het een baby is maar dat we vermoeden dat het om een kat gaat. Toch zijn er meer politieauto’s die aangeven dat ze onderweg gaan. Je weet het nooit….

Wat gespannen wachten we af tot de eerste auto ter plaatse is. En dan wordt er geroepen: ‘HB, we horen een baby huilen!’ Ik word heel even heel stil. Wat moet je daarop zeggen? Na een paar seconden herpak ik mezelf. We zitten samen met de meldkamer ambulancedienst op één afdeling, en dan vang je veel op. Mijn eerste reactie is dan ook: ‘Maar als het huilt, dan ademt het!’ Daarna gaat het heel snel. Er worden ambulances gestuurd, een Mobiel Medisch Team en ook de brandweer gaat onderweg. De brandweer probeert de container te openen. Gelukkig lukt dat snel, en kruipt een brandweerman de container in om het kleine baby’tje in de armen nemen. Het blijkt te gaan om een meisje van ongeveer een week oud. Ze wordt snel naar het ziekenhuis gebracht en daar blijkt dat ze gelukkig gezond is. Ik vraag of mijn collega mijn plek even over wil nemen, ik moet even naar buiten, even een luchtje scheppen.

Niet veel later is het tijd om naar huis te gaan. Normaal gesproken slaap ik zodra ik mijn bed in kruip. Maar nu was het anders. Draaien, denken. Waarom mocht dit kindje niet gevonden worden? Waar komt ze vandaan? Heb ik het goed gedaan? Zo lig ik nog een tijd te draaien, om uiteindelijk toch in slaap te vallen.

Het meisje blijft me echter bezig houden. Dinsdag moet ik weer werken, en heeft het meisje nog geen plekje gevonden in mijn hoofd. In de lift kom ik mijn collega tegen, degene die de melder aan de lijn had. Hij neemt me mee naar de zedenpolitie, waar het onderzoek naar de achtergrond van dit meisje gedraaid wordt. We worden kort bijgepraat en ik krijg wat foto’s te zien. Een klein, maar gezond meisje. Op dat moment krijgt ze bij mij een plekje. Maar vergeten zal ik haar nooit.

Voor het laatste 112-nieuws volg je ons op Facebook