Home » Provincies » Flevoland » Wietlucht
foto: Politie.nl

Wietlucht

Het is vrijdag avond, ik ben samen met een collega met de benenwagen in de wijk. Het is haast einde dienst dus we lopen al terug richting het bureau. Ik hoor ons roepnummer over de porto. De meldkamer vraagt ons om langs een bekende plek te gaan waar overlast is van drugsgebruik.

Ik kom samen met mijn collega ter plaatse en zie dat er twee groepen staan. Mijn collega loopt naar de ene groep toe en ik naar de andere groep. Ik spreek een aantal jongens aan en vraag hen wat ze aan het doen zijn. De jongens reageren op een normale en fatsoenlijke manier. Mijn gesprek met de jongens verliep goed. Deze jongens waren een blowtje aan het roken. Ik rook namelijk de wietlucht. Ik zag dat een van de jongens een blowtje vasthield. Ik vroeg de jongens om hun weg te vervolgen. Terwijl de jongens bezig waren hun spullen te pakken, hoorde ik achter mij ineens veel geschreeuw. Ik draaide mij om en zie dat mijn collega tussen de andere groep in stond. Ik zag dat een aantal personen schoppende en slaande bewegingen maakte richting mijn collega.
Ik rende richting mijn collega en trok daarbij direct mijn wapenstok. Ik zag dat mijn collega op dat moment pepperspray gebruikte tegen een van de personen in de groep. Een man probeerde mijn collega in zijn rug te schoppen. Ik kon de man, in mijn loop, een schop tegen zijn enkel geven waardoor zijn trap, mijn collega op een haar na miste. Ik drukte direct de noodknop op mijn portofoon in. Hierdoor kreeg ik enkele seconden de tijd om mijn collega’s te vertellen wat er aan de hand is en spoedalarm te slaan. Ik schreeuwde mijn locatie door en vroeg om onmiddellijke assistentie. We werden belaagd en in de minderheid!

Tijdens het tumult zag ik dat mijn collega niet tussen de mannen in de groep uit kon komen. Ik trok één van de mannen achterover waarop deze ten val komt. De aandacht van de andere mannen is daarop direct op mij gericht. Ik sla met mij wapenstok meerdere malen om mij heen om mezelf te beschermen. Het is de bedoeling dat we alleen op grote spiergroepen slaan als we de wapenstok inzetten maar in deze situatie had ik geen tijd om daar op te letten. Dit was noodweer pur sang. Ik liep weg van mijn collega zodat de groep mij zou volgen en hij kon opstaan. Na veel klappen over en weer weet mijn collega dan ook op te staan. Direct daarop zag ik dat iemand hem om zijn nek probeert te pakken. Ik kan alleen niet bij hem komen want ik sta zelf nog steeds mensen van mij af te houden. Ik zie dat mijn collega wederom in een worsteling komt. Het gevoel van onmacht neemt drastisch toe!

Ik bleef om mij heen slaan met mijn wapenstok. Het lukt me maar niet bij mijn collega te komen. De vijf man tegenover mij verhinderden dat. Ik werd verschrikkelijk boos! Gefrustreerd dat ik mijn collega niet kon helpen. In mijn ooghoek zag ik iemand met een kettingslot mijn kant op komen lopen. Dat zou voor mijn liggende collega het einde kunnen betekenen. Ik sloeg mij met mijn wapenstok een weg richting mijn collega om hem te kunnen beschermen. Ik zag ondertussen dat de man met zijn kettingslot dichterbij kwam. Hij had het kettingslot om zijn rechtervuist gedraaid. Ik wist de locatie van mijn collega eindelijk te bereiken en zag dat hij op de grond lag maar gelukkig nu boven op de verdachte.

We werden onverminderd belaagd en ik bleef daarom om mij heen slaan. Ik dacht bij mijzelf “Waar blijven mij collega’s toch?” Ik zag dat de man met het kettingslot nu voor mij stond en mij zou kunnen raken als hij zou uithalen. Ik rende daarop naar voren en gaf de man meerdere klappen met mijn wapenstok. Hij deinsde achteruit. Ik zag in mijn ooghoek meerdere collega’s aan komen rennen. De groep zag dit ook en spatten vervolgens allemaal uiteen en renden weg. Tijd voor opluchting was er nog niet. Ik zag mijn collega nog steeds met de verdachte op de grond in gevecht. Ik sprong hierop boven op de verdachte en samen met mijn collega kunnen we de verdachte aanhouden.

Dan is er rust. Rust na de hectiek waarin we, voor ons gevoel, hebben moeten knokken voor ons leven. Zomaar, uit het niets. En waarom? We zullen het nooit echt weten.
Onderweg richting het bureau kijk ik mijn collega aan en vraag hem of alles goed met hem gaat. Na een diepe zucht knikt hij. Dit hoort helaas ook bij ons werk maar dat betekent niet dat je eraan zult wennen. We besluiten eerst even samen een bakje koffie te drinken voordat we alles op papier moeten gaan zetten. Want uiteindelijk eindigt iedere melding, hoe spannend ook, in papierwerk!

Bron: Politie Almere-Buiten