Home » Provincies » Noord-Holland » Heftige blog over extreme overval Brinks in Amsterdam
Foto: AT5

Heftige blog over extreme overval Brinks in Amsterdam

Het persoonlijke verhaal van agent Don over de overval op het gelddepot van Brinks op 29 juni 2011. Vanaf die dienst in juni 2011, zou zijn leven nooit meer hetzelfde zijn.

Hij vertelt zijn verhaal in twee delen, vandaag de overval zelf. Het volgende deel, dat binnenkort te lezen is, gaat over de impact die dit soort heftige ervaringen op de korte en langere termijn op een mens kunnen hebben.

Don: “Er is tot op heden weinig gecommuniceerd over deze extreme overval, maar ik hoop dat mijn blog een goed beeld schept van wat er gebeurd is die nacht en wat het met mij als persoon heeft gedaan.”

“Drie auto’s tegelijk oproepen is vaak iets heftigs”
Het is 28 juni 2011 en ik heb nachtdienst naar de 29ste van die maand. Het begint al donker te worden als ik richting Amsterdam rijd. Het weer is slecht. Het waait erg hard, het lijkt bijna stormachtig. Mij benieuwen wie er nog meer dienst hebben vannacht. Ik hoop een leuk clubje, want dan gaat de nacht lekker snel. Ik kom op het werk en zie een collega die ik erg mag, voor de insiders bekend als Vlammetje. ‘Heb je ook nachtdienst’ vraag ik haar. “Ja” zegt ze, gezellig.

Gisteren heb ik met haar voor het eerst een noodhulpdienst gedraaid. Dat is met de auto de 112 meldingen rijden. Het begon een tikkie ongelukkig, ik reed namelijk een zwarte kat dood… Als een zwarte kat je kruist is het al ongeluk, laat staan hem doodrijden…

Ik zie andere collega’s ook binnen komen lopen en het is een leuk clubje mensen. Dit wordt een leuke nachtdienst. Ik pak de dienstmap erbij om te kijken wie er de noodhulp heeft deze nacht. Mooi, Jay en ik mogen samen deze dienst rijden. Ik ken Jay nog niet, maar hij ziet er uit als iemand waar ik wel mee kan praten. Ik stap in de lift naar de 4de verdieping, om mij om te gaan kleden in het uniform, wat ik gekscherend altijd gestichtskleding noem. Weer beneden pak ik een bekertje water en begin eerst met een sigaretje achter het bureau. Terug binnen zie ik dat de collega’s van de middagdienst de lift pakken om zich om te kleden en naar huis te gaan, “werk ze” hoor ik nog. Terwijl net de liftdeur sluit zeg ik nog: ‘Wel thuis!’ De briefing wordt gestart en daar staat weinig bijzonders in. We babbelen nog wat na en na de telegraaf te hebben gelezen ben ik er klaar voor. Jay en ik pakken een autosleutel en lopen naar buiten. “Wil jij rijden” hoor ik Jay vragen, ‘ja is prima hoor’ antwoord ik. We stappen in en melden ons bij de meldkamer aan als de 3401 van de nacht. Het is inmiddels lekker rustig op straat, waarschijnlijk vanwege het slechte weer. Jay en ik zijn lekker aan het babbelen en leren elkaar zo kennen. Aardige kerel die Jay, dit gaat wel een leuke en gezellige nacht worden.

“AD3401 hier het HB over” Mooi we krijgen een melding. Of wij wilden gaan naar een woning waar was ingebroken. Ik vertel Jay dat ik werkzaam ben geweest als sporenzoeker bij de forensische opsporing, dus dat kan van pas komen. We komen ter plaatse en een vrouw doet open. Wij horen haar verhaal aan en ik kijk naar de sporen en mogelijkheden van een modus operandi. Ik trek mijn conclusie al vrij snel. De deur is open geflipperd zeg ik tegen haar. Zij had de deur niet afgesloten, maar achter zich dicht getrokken. De dief heeft door een stuk plastic in de naad van de deur te steken, hem zo kunnen openen. Laptop weg… Zonde. We geven de vrouw advies over wat te doen en noteren haar gegevens.

Weer in de auto rapporteren wij terug aan het HB wat er gebeurd is. “Status vrij” verschijnt in het scherm, klaar voor een nieuwe melding dus. We rijden de hele wijk door en er gebeurt vrij weinig. Het is gelukkig wel gezellig in de auto. Je hebt wel eens een dienst met collega’s waarbij er maar weinig gepraat wordt, maar gelukkig kunnen Jay en ik kunnen goed praten met elkaar.

Rond 02:15 uur ongeveer krijgen wij weer een melding. “3401 wilt u gaan naar het tunneltje onder het spoor bij de Tugelaweg. Er staat daar een invalidenautootje onbeheerd achtergelaten.” Mijn hemel, wat een melding zeg… Wij staan voor het invalidenkarretje en daar is niets mee aan de hand. Ik stap weer in de auto en zeg tegen Jay: “Als dit de meldingen worden van deze nacht, dan wordt het een lange nacht.” Wij rijden verder door de wijk en rijden net het Krugerplein op, het is dan 03:00 uur.

“AD3101, 3201 en 3501 hier het HB over.” Oké, even stil, drie auto’s tegelijk oproepen is vaak iets heftigs, dit gebeurt niet vaak. We horen dat er een overval gaande is op het geldtransportbedrijf Brinks op de Kollenbergweg in Zuidoost. “We gaan!” Hoor ik Jay roepen en zie dat hij gelijk de knop indrukt waardoor de blauwe lampen aangaan op het dak. Ik draai de auto om en trap het gas vol in, richting de Gooiseweg, deze weg leidt naar Amsterdam-Zuidoost. Onderweg komt er vanuit het HB steeds meer informatie binnen over de overval. Het HB zegt dat er met automatische wapens wordt geschoten. Wow! Is de reactie die Jay en ik gelijk hebben. Jay roept het HB en zegt dat de 3401 ook onderweg is en vraagt om een opstelpositie. Ondertussen rijden wij zo hard als de auto kan, over de Gooiseweg. We horen onderweg dat alle auto’s die onderweg zijn een plek krijgen waar ze zich moeten opstellen. Alleen de 3101 gaat naar het pand om de situatie te bekijken.

Het pand van Brinks ligt midden in een industrieterrein. Er loopt een hoofdweg door het terrein en deze heeft een soort U vorm. Er zijn twee mogelijke vluchtroutes. Een uitgang ligt dicht tegen de Ikea en McDonald’s aan en de andere ligt vlakbij de Arena. Wij krijgen de opdracht naar de uitgang bij de Arena te rijden. Jan, de centralist op het HB is duidelijk gespannen, dat zegt wel wat. De man is namelijk de rust zelve. We horen hem onderweg zeker 5 keer zeggen dat wij moeten denken om onze eigen veiligheid. Ik stuur de auto de Gooiseweg af en de Bijlmerdreef op, we komen nu dichtbij.

Jan zijn stem horen wij weer over de porto. Zijn stem klinkt heel erg serieus en gespannen:” Jongens denk alsjeblieft om je eigen veiligheid. We horen via de telefoon van de melder automatisch vuur.” Ik krijg een vreselijk gevoel van zenuwen, laag in mijn buik. Het is alsof ik voor de zwaarste proef van mijn leven kom te staan, zonder dat ik daarvoor de tijd heb gehad om mij voor te bereiden. Mijn maag draait zich ervan om. Waar rijden wij in godsnaam op af! Ik rijd zo hard als ik kan, maar eigenlijk wil je dat diep van binnen niet, de zenuwen worden er alleen maar erger van.

We zijn er bijna, het kruispunt is in zicht. Ik zie voorbij het kruispunt, aan het begin van de hoofdweg, allemaal auto’s van ons. Zij hebben een soort blokkade gemaakt. Ze staan allemaal dwars over de weg met nog een klein gaatje helemaal aan de linkerkant. Het is uitgestorven op straat, je ziet alleen maar politiemensen. Ik zet de auto stil midden op het grote kruispunt en we stappen allebei snel uit. ‘Mijn god, wat is dit man!’ Het eerste wat ik hoor zijn hele zware, snel op elkaar volgende knallen. Ik herken het gelijk als het geluid van een automatisch vuurwapen. Het lijkt alsof dat bij Brinks vandaan komt. Het is alsof er een groot monster om de hoek staat, je hoort hem wel, maar je ziet hem nog niet.

Jay en ik rennen naar de achterkant van onze auto en pakken het zwarte, zware kogelwerende vest uit de auto. We hebben onze eigen, lichtere, vesten al aan, maar besluiten deze ook maar aan te trekken voor de zekerheid. We helpen elkaar de vesten aan te trekken, want goed bewegen lukt niet echt met die dingen aan. Ik gooi de achterklep dicht en zie dat Jay in versnelde pas richting een inspecteur loopt. De inspecteur staat alle collega’s luidkeels aan te sturen en zorgt voor een goede afzetting. Ik zie dat de inspecteur vanaf de stoep mijn kant uit schreeuwt:”Collega zet je auto ook in de wegafzetting, we gaan ze hier stoppen!” Ik twijfel geen seconde en stap in onze Volkswagen Touran. Ik start de motor en rijd de hoofdstraat in. Het gaatje aan de linkerzijde, daar zou hij nog doorheen kunnen komen en ik besluit daarop mijn auto daar in de blokkade te parkeren. Ik draai de sleutels om en stap uit de auto. Ik zie dat er ondertussen een andere auto achter mij komt staan en mijn auto op die manier inbouwt.

Nog steeds hoor ik de zware doffe knallen voor mij. ‘Het pand van Brinks moet daar net links achter de bocht liggen.’ dacht ik. Door de zware knallen werd ik bang, echt bang! Wat doe ik in godsnaam hier! ‘Het lijkt verdomme wel een .50 kaliber’ zeg ik in mezelf, zo hard waren de knallen. Ik sta achter mijn auto en kijk de straat in. Voor mij ligt een weg van pak hem beet 100 tot 150 meter lang met aan de het einde een bocht naar links. Ik kijk die straat in met mijn rechterhand rustend op mijn vuurwapen. Oké, dacht ik bij mezelf kom dan maar, dan gaan wij het gevecht aan! Ik besef mij in ene, dat de ruiten in zo’n Touran niet veel dekking bieden bij een vuurgevecht. Ik kijk naar rechts en ik zie een busje staan, een transporter van ons. Ik besluit mij te verplaatsen naar het busje. Ik ga achter het motorblok staan en verberg zo veel mogelijk van mijn lichaam erachter.

Ik sta mij ondertussen mentaal voor te bereiden op een mogelijk dodelijk vuurgevecht. Ik kijk nog wel om mij heen voor mogelijke vluchtroutes en schrik. Ik zie alleen maar gladde gevels, zonder enige vorm van een goede dekking. Het enige wat ik heb is de auto, that’s it… Ik kijk om mij heen en het valt mij op dat ik de enige ben die bij de auto’s stelling heeft genomen. De rest van de collega’s zie ik heen en weer rennen op het kruispunt zelf. Ik besluit voor mezelf te kiezen en richting het kruispunt te lopen. Nog voor ik mij heb omgedraaid, nog meer zware knallen. De zware knallen hoor ik nu vreemd genoeg ook achter mij. Ik schrik, met hoeveel zijn zij? Is dit een val? Waar komen zij vandaan? Ik hoor tegelijk over mijn portofoon collega’s in paniek schreeuwen:”McDonald’s, McDonald’s, we moeten daar heen ze vluchten via de andere uitgang. Ik zie een hoop collega’s mij voorbij rennen en in hun auto stappen. Ik stap ook in, pak wat onhandig de sleutels en start de auto. Ik kan geen kant op zie ik. Ik ben ingebouwd door de andere auto’s en zal moeten wachten tot de rest weg is. Als de auto achter mij dan eindelijk weg is kan ik achteruit rijden en de neus van de auto richting het kruispunt draaien.

20 meter voor het kruispunt zie ik Jay staan. Hij staat in een middenberm op mij te wachten. Mijn raam is open, geen idee waarom… Ik geef gas en rij naar Jay toe. Ik stop naast Jay en sta midden op de rijbaan. Jay komt naar mij toe lopen en zie dat hij iets wilt zeggen tegen mij door het open raam, zijn lichaam zo gedraaid dat hij gelijk om kan lopen om in te stappen. Ik hoor gierende banden achter mij. Ik zie in mijn achteruitkijkspiegel, heel duidelijk een grijze Audi de hoek om driften. De Audi komt op zo’n manier de hoek om, wat ik tot die dag alleen maar gezien had in de film “Tokyo drift.” De neus van de auto wees mijn richting al uit voor hij überhaupt de bocht uit was. Ik zie vanuit het linker achterraam iets zwarts komen. Felle grote flitsen komen eruit vandaan en hoor de zware knallen er tegelijk bij. Alles gaat nu heel snel. Ik word beschoten! Ik zie dat de flitsen mijn kant uit wijzen. Ik kijk naar links en zie Jay staan. Zijn ogen worden op het moment dat de Audi de hoek om komt groot en hij rent van mij weg. Ik zie dat hij een snoekduik de bosjes in neemt en zo ontsnapt aan het zicht van de overvallers. Ik sta nog steeds stil, maar ik sta gruwelijk in de weg hier. De overvallers moeten over deze weg en ik sta hier….

Ik geef gas en scheur het kruispunt op. Nog steeds word ik van achteren beschoten en hoor de zware knallen dichterbij komen. Terwijl ik het kruispunt op rijd, bedenk ik mij dat Jay daar alleen ligt. Er is niemand meer in die straat, dacht ik toen. Ik kan van hieruit alle kanten op vluchten. Ik besluit mijn stuur links om te gooien. Ik draai de auto weer om richting de overvallers. Ik knal met een rotgang de stoep op en rijd richting Jay. Ik wilde dat Jay nog een vluchtmogelijkheid zou hebben, hem daar zo achterlaten doe ik niet.

Voor mij doemen in ene een rijtje paaltjes op, shit ik kan niet verder! Ik sta op de rand van de stoep, nog geen vijf meter van het midden van de rijbaan af. Jay ligt ongeveer 20 meter voor mij in de bosjes. De overvallers en hun grijze Audi zie ik dichterbij komen. Ze komen dichterbij en dichterbij… Alles gaat nu echt in slow motion. Mijn leven flitst aan mij voorbij in mijn hoofd. Alsjeblieft, alsjeblieft schiet mij niet dood. Ik heb nog zo veel om voor te leven. Ik ga trouwen over 3 maanden… Ik was aan het bidden voor mijn leven op dat moment. Ik heb nog nooit in mijn leven zo een ongekend angstig moment meegemaakt. Ik kon geen kant meer op. Ik kon niet uit de auto stappen. Ik kon niet wegrijden. Ik kon mezelf niet klein maken door die lompe vesten. Ik kon mijn wapen slecht pakken, kortom ik kon helemaal niks! In mijn angst maak ik mij zo klein mogelijk in de auto terwijl de Audi mijn kant op komt. Het klein maken beperkte zich tot mijn hoofd iets naar beneden te doen, verder lukte niets.

Het schieten stopte op een meter of 50 voor hij bij mij was, maar hij hoeft de trekker maar aan te raken en ik ben er geweest. Ik zie de grijze Audi voorbij mij rijden en volg hem over mijn schouder. Er heeft tijdens het voorbij rijden maar 5 meter tussen ons gezeten. Ik zie achter de grijze Audi vervolgens ook een zwarte Audi met een rotgang voorbij komen. De grijze Audi gaat rechtdoor richting het politiebureau aan de Flierbosdreef en de zwarte gaat linksaf. Nadat de Audi’s voorbij zijn gereden lijkt het wel alsof de tijd weer versneld wordt naar het normale. Ik kijk mezelf na en betast mezelf om te voelen of ik geraakt ben. Ik zucht, gelukkig nergens bloed, geen pijn, ik ben in orde.

Ik rijd de stoep af en zie Jay aan komen rennen. Hij stapt in en ik vraag hem of hij gewond is en hoor hem kort “nee” zeggen en daarop “rijden, rijden, rijden!” Ik trap het gaspedaal vol in. Ik besluit dezelfde richting op te rijden, als de Grijze Audi die inmiddels uit het zicht is verdwenen en richting het bureau Flierbosdreef rijdt. Die weg komt uit bij het bureau en je kan van daaruit gelijk het parkeerdek van het bureau oprijden. De grijze Audi heeft zo hard gereden dat deze de bocht had gemist en tot stilstand is gekomen op het parkeerdek. Collega’s die binnen waren in het bureau dachten dat het Arrestatieteam was gearriveerd en liepen naar buiten. Het was alleen geen auto van het AT, maar van de overvallers. De collega’s werden gelijk onder vuur genomen door de overvallers.

Gelukkig liggen er betonnen blokken om te voorkomen dat er door collega’s, of andere mensen schade wordt gemaakt aan het pand met auto’s. Daar konden zij door heel plat op de grond te gaan liggen dekking achter zoeken. Andere collega’s vonden dekking achter een muur. De kogels vlogen op dat moment letterlijk het politiebureau in! De overvallers zijn daarop naar achteren gereden en reden richting de Bijlmerdreef, voor hen de verkeerde richting en daar kwamen zij ook achter. De Audi werd omgedraaid en reed vervolgens richting de A9. Tijdens het voorbij rijden hebben zij weer geschoten op het bureau en de collega’s daar, een echte drive-by dus.

Op het moment dat dit net gebeurd was, kwamen wij met de auto aanrijden. De auto is al uit zicht. Ik heb een enorme tunnelvisie. ‘Welke kant, welke kant!’ zeg ik hard ik in de auto. “Rechts, rechts” hoor ik Jay roepen. We draaien net na de Audi de A9 op. Dat ding gaat zo hard dat wij hem nooit bij kunnen houden. Ik heb de hele rit constant vol gas gereden en die “ellendige wagen” gaat niet harder dan 175 km/h! De Audi is ver uit zicht. We draaien de A2 op en rijden als idioten constant vol gas. De bochten zachter nemen was er even niet bij. We glijden, met veel gevaar, als gekke door de bochten op de snelweg. Eenmaal op de A2 is het een grote zee van blauw licht. Alle politieauto’s die in Amsterdam reden, rijden nu hier. Ik denk dat ik zeker 25 a 30 auto’s zie rijden.

Op de portofoon schreeuwt iedereen van alles en nog wat. Ik zie collega’s opritten en afritten opgaan als gekken. Er heerst verwarring en onduidelijkheid over waar de Audi is. De een zegt: “hier er af” en de ander zegt: “nee rechtdoor.” Ik hoor een collega kwaad schreeuwen naar de meldkamer: ”Waar blijft verdomme die helikopter?” Later hoorde ik dat de helikopter vanwege het slechte weer niet mocht vliegen en dat de piloot tranen had van frustratie naast de heli.

Ondertussen in de auto, zeg ik tegen Jay dat ik enorme moeite heb om de auto te besturen. Ik tril van boven tot onder heel erg hard en ongecontroleerd. Het is de spanning die in mijn lichaam zit, de adrenaline is aan het pieken. Ik heb de grootste moeite om mijn been zo te houden dat ik vol gas kan rijden. Jay is net zo erg op van de adrenaline en schreeuwt in de auto:” Dit zijn de meldingen, of niet Don? Dit zijn de meldingen!” Ik ga er helemaal in mee terwijl wij de volgende bocht door glijden op de A2. Wij horen over de portofoon dat de vluchtauto bij Waardenburg, een plaats in de buurt van Den Bosch is gecrasht. Wij rijden op dat moment bij Vianen. Wij zijn in nog geen kwartier naar Utrecht gereden, maar zij nog heel veel verder…

De overvallers hebben ondertussen een Hyundai I10 gekaapt en zijn daarmee verder gevlucht. In de Hyundai reden 4 mannen onderweg naar hun werk en zagen de crash. Zij wilden de mensen helpen, maar werden verrast door de overvallers die hun machinegeweren op hen richten. Zij moesten uitstappen en op de snelweg gaan liggen. We horen dat andere collega’s dichterbij, al bij het plaats delict zijn. Vlammetje reed vlakbij de crashplek en is daar wel naartoe gegaan. Zij had een burgerauto die een stuk harder kon dan de auto van ons.

De overvallers zijn met de Hyundai I10 natuurlijk veel minder snel en worden ingehaald door collega’s. De overvallers hebben hun auto midden op de A2 in de buurt van Eindhoven stilgezet en zijn uitgestapt. Zij hadden een hinderlaag gelegd, maar collega’s zagen dat gelukkig door de glazen geluidswal.

Van daaruit zijn de overvallers de grens met België overgegaan en zijn zij ontkomen. Ik hoorde dat het HB verschillende eenheden opriep om terug te komen naar Amsterdam om het PD te bewaken. Amsterdam was helemaal leeg, er reed totaal geen politie meer…

“3401, HB over, u moet zich opstellen bij het kruispunt bij de McDonald’s om het PD te bewaken.” Wij gingen onderweg terug naar Amsterdam en wij kwamen er toen achter dat wij geen gordels om hadden, klein detail… Ik rijd nog steeds 170 km/h en zie dat er allerlei lampjes beginnen te branden op het dashboard. De auto begint het te begeven. Ik ga maar wat zachter rijden, 140 of zo.
Nog steeds tril ik de hele auto door van de adrenaline. Het is op dit moment 03:45 uur.

We komen aan op de plek des onheils en sluiten het PD aan deze zijde af. Niemand komt het industrieterrein in of uit op dit moment. Het begint ochtend te worden en er verschijnt meer en meer verkeer. Ik plaats pionnen om duidelijk te maken dat er een wegafsluiting is en dat mensen een andere route moeten volgen. Terwijl ik dit doe komt steeds verder het besef wat er allemaal gebeurd is. Ik loop naar Jay en zeg tegen hem: ‘Jay we zijn gewoon beschoten als een malle ouwe, wat the fuck is er allemaal gebeurd net man!’ Ik zie ook bij Jay dat het langzaam aan binnenkomt.

‘Goeiemorgen meneer, u moet even een andere route volgen. De weg is afgesloten vanwege een plaats delict.’ Ja maar, ik moet naar mijn werk. Dat snap ik meneer, anders moet u even daar uw auto parkeren en een stukje lopen.” Een zuchtconcert verder en een hoop binnensmonds gemopper gaat de man achteruit. ‘Goeiemorgen mevrouw, u kunt even niet verder dit is een PD. Ja maar, kan ik er niet gewoon even langs.’

Soms wordt ik zwaar gestoord van mensen. Mensen zijn zo ongelofelijk egocentrisch. Ik word helemaal gek van het woordje:” Ja maar.” Ik sluit de weg niet af voor mijn lol mensen! Ik word pissig van al het onbuigzame volk die ochtend, altijd de discussie willen aangaan. Luister gewoon en stel niet van die domme vragen!

Ik ben net beschoten en heb de meest spannende momenten van mijn leven meegemaakt en het enige waar zij zich druk om maken is hun kop koffie op het werk! Achteraf besefte ik wel dat deze mensen, die net wakker zijn, totaal niet beseffen wat er hier gebeurd was. Het was een stuk emotie en frustratie dat eruit kwam.

Via de portofoon krijg ik te horen dat alle betrokken agenten bij de overval zich met spoed moeten melden aan het bureau Flierbosdreef. De mobiele eenheid nam onze plekken over om de PD te gaan bewaken. Jay en ik lopen het bureau binnen en het is druk binnen. Ik zie veel collega’s en ze zijn allemaal in een andere gemoedstoestand. De een zit voor zich uit te staren met een waterige, glazige blik. Een blik die dwars door alles heen kijkt. Je kon voor hem staan, hij zag je gewoon niet. De ander vertelt het verhaal snel en is nog high van de adrenaline. Weer de ander is boos en schreeuwt, sommige huilen. Ik zie dat er een vrouw op mij af komt lopen en zij vraagt mij van welk bureau ik ben. Zij zegt: “er is hulp onderweg voor je.” Ik vond het wel best, ik wilde alleen een bakkie en een peuk, doe maar een paar peuken eigenlijk…

De debriefing was er een zoals ik er nog nooit een heb gehad. Het was erg emotioneel. De wijkteamchef van het bureau was er en allerlei hulpteams voor de collega’s. Iedereen kon zijn verhaal vertellen. Zo hoorde ik dat de schoten, die wij hoorden toen wij aankwamen en ik in de wegafzetting stond, gericht waren op de 3101 en 3201. De 3101 kwam ter plaatse en werd gelijk onder vuur genomen door een man die helemaal in het zwart was gekleed, inclusief zwarte bril, lijkend op een skibril. Hij viel niet op en begon gelijk te schieten toen de collega’s aankwamen. De kogels vlogen de auto in en de collega hadden gelijk de auto in zijn achteruit gezet en waren naar achteren gereden. De overvaller bleef aanvallen en liep c.q. rende daarbij, met de auto mee en bleef daarbij op de collega’s schieten. De collega’s vluchtten de auto uit en namen dekking achter een betonnen muur. Op dat moment zagen zij dat de kogels dwars door de voorruit vlogen.

De schoten die ik dacht achter mij te horen, op het moment dat ik in de wegafzetting stond, bleken gericht te zijn geweest op de 3201. De overvallers hadden geprobeerd om eerst weg te komen via het kruispunt bij de McDonald’s. Daar reden ze tegen een soortgelijke wegafzetting aan, als bij ons. De overvallers hadden toen geprobeerd om zich er door heen te schieten en hebben daarbij de auto van de 3201 doorzeefd. Gelukkig zat daar niemand in op dat moment. De geluiden werden kennelijk door de hoge gebouwen weerkaatst.

Daarna zijn zij dus omgedraaid naar ons kruispunt. Ik ben dus erg blij dat ik niet meer in de wegafzetting heb gestaan en dat deze was opgeheven, tegen de tijd de overvallers bij ons waren. Anders had ik hier misschien niet gezeten. Ook het feit dat ik met de auto van de weg af kon komen, zonder dat ik daarbij geraakt ben is een mazzel geweest. Vooral het moment dat de beide auto’s mij op een afstand van nog geen 5 meter moesten passeren was een vreselijke nare ervaring. Ik was een levensgroot doelwit en kon geen kant op. Op die plek heb ik echt gevreesd voor mijn leven.

Het is in elk geval bijzonder dat er niemand van ons geraakt is, want gericht schieten deden zij absoluut! Iedereen vertelde dus zijn verhaal en daarbij zag je veel verschillende emoties.
Sommigen vertelden het nog steeds ontspannen en anderen leken helemaal van de wereld te zijn.

Het was in ieder geval de meest rare debriefing ooit. Ik had de wijkteamchef van het bureau nog nooit gezien, maar tijdens de debriefing hoorde ik hem mijn naam zeggen:” Don, wil jij ook nog wat vertellen?” húh, hoe weet je mijn naam dan?, dacht ik in mezelf.

Ook ik heb verteld hoe ik het ervaren had en daar luisterde iedereen aandachtig naar. Iedereen moest zijn gegevens op schrijven zodat de hulpteams contact met ons konden opnemen, dus dat heb ik ook gedaan. Na de debriefing gingen de rokende collega’s weer naar buiten om meer te roken, ik dus ook. Ik krijg van een bekende wat sigaretten, dit aangezien ik net een poging deed te stoppen. Ik heb aan hem mijn verhaal verteld. “Een wonder dat er geen doden zijn gevallen vandaag, echt een wonder”, hoorde ik buiten veel collega’s zeggen. Daar ben ik het helemaal mee eens, het was ook een wonder.

Jay en ik gingen terug naar ons eigen bureau de Linnaeusstraat. Eenmaal op het bureau was ook onze wijkteamchef er. Iedereen sprong van zijn of haar stoel en kwam onze kant op lopen. Iedereen keek ons vragend aan en ook Vlammetje was weer binnen. “Blij dat jullie nog heel zijn jongens…” Wij hebben ons verhaal gedaan in de briefing ruimte.

De wijkteamchef vroeg mij: ”Don kan jij nog naar huis rijden?” Ja waarom niet…. “Ja, oké ik zie het al, jij gaat niet meer rijden. Jij laat je auto staan en gaat samen met Jay naar huis. Ik wil dat jullie samen rijden.”

Volgens mij had ik op dat moment ook een behoorlijk “geshellshockte” uitstraling over mij heen. Ik ben samen met Jay naar huis gereden en hij heeft mij thuis afgezet. Ik kende Jay nog maar een dag, maar het was alsof ik hem al maanden kende. Dit soort gebeurtenissen vormt gelijk een hele sterke band.

Ik liep met mijn sleutel in de hand naar mijn woning en deed de deur open. Ik stapte binnen en mijn twee katten kwamen mij begroeten, shit hé. Ik voelde een zware brok in mijn keel opkomen. Ik wist dat mijn verloofde thuis was en die lag nog op bed. Het was toen ongeveer 10:00 uur denk ik.

Mijn verloofde zou samen met mijn moeder gaan shoppen die dag. Ik liep met een zwaar gevoel de slaapkamer binnen en hoorde mijn verloofde zeggen:”Wat ben jij laat thuis?” Ik brak helemaal op dat moment. “Je mag blij zijn dat ik überhaupt nog thuis ben gekomen.” Ik huilde, zoals ik dat nog nooit eerder gedaan had. Ook mijn verloofde begon te huilen. Ik heb mijn verhaal, door het huilen heen in etappes gedaan. Ik was helemaal op. Ik was leeg en kon niet meer.

Ik was net klaar, zo goed als ik dat kon, met mijn verhaal doen aan mijn verloofde toen mijn vader belde. Ik nam op en hoorde hem met een vrolijke stem zeggen:” Heey jongen ik hoorde net wat op de radio. Heb je ook mee gedaan aan die vette achtervolging?”

Wederom brak ik en begon weer te huilen. Mijn vader hoorde ik aan de andere kant van de lijn stil worden en zijn vrolijke enthousiasme veranderde in een stilte en hij slikte zijn schrik weg. Hij wist niet goed wat te zeggen en dat is logisch.

Ik wilde niet slapen. Ik had het nieuws aangezet want ik wilde weten wat er gebeurde. Ik wilde alles weten wat er in het nieuws was over de overval Mijn moeder kwam naar ons huis, mijn verloofde heeft haar buiten verteld wat er gebeurd was. Zij kwam met een verschrikt gezicht binnen en ging naast mij zitten. Ik zat nog steeds helemaal wankel naar de tv te staren en leeg te zijn. Ik weet nog dat mijn moeder, ook geschrokken en met de beste bedoelingen zei: ”Jongen hier moet je niet te lang mee blijven zitten.” Ik werd boos, zo boos! Ik word nooit zo snel boos, maar ieder verkeerd woord maakte mij furieus! Ik weet zeker dat als er iemand op dat moment had gezegd, dat de politie alleen maar bonnetjes schrijft, hij een slechte dag zou hebben. Nadat mijn moeder en verloofde toch weg waren gegaan om mij mijn rustmoment te geven ben ik naar bed gegaan. Ik ben volgens mij gelijk in slaap gevallen. Dat was ook gelijk de laatste dag dat ik goed kon slapen…

Dit was het begin van een lange periode van herstel. Bij mij is later, zoals ik het maar noem, een niet erkende vorm van PTSS vastgesteld en heb daar sindsdien erg veel last van gehad en nog steeds. Deze ervaring heeft mijn leven onherstelbaar veranderd en heeft een ernstige permanente deuk in mijn gezondheid opgeleverd. Het verhaal daarover volgt in een ander stuk. Ik ben blij dat ik het overleefd heb en dat ik 3 maanden later mijn verloofde, gewoon mijn vrouw kon noemen.

Auteur: Don/Politie Amsterdam
====================================
Het vervolg op dit blog zal binnenkort verschijnen, daarbij zal Don ingaan op de vreselijke periode die na de overval volgde.