Home » Provincies » Brabant » Eindhovenaar krijgt celstraf voor bezit en verspreiding kinderporno

Eindhovenaar krijgt celstraf voor bezit en verspreiding kinderporno

Een 48-jarige man uit Eindhoven krijgt voor het bezit en de verspreiding van grote hoeveelheden kinder- en dierenporno een celstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Dit besliste de rechtbank Oost-Brabant vandaag.

Van 2013 tot en met 2015 downloadde de verdachte ruim 11.000 foto’s en video’s met kinderporno. Een deel daarvan verspreidde hij bovendien in een besloten netwerk. Ook had de man dierenporno in zijn bezit.
Dit gebeurde in de periode nadat de man was gescheiden en zijn baan verloor. Hij was labiel en zat vaak dag en nacht achter de computer. De man heeft verklaard dat hij het pornografisch materiaal verzamelde om de verspreiders van kinderporno op te sporen en aan de kaak te stellen. Die lezing acht de rechtbank niet geloofwaardig.

De verdachte is niet op de zitting verschenen en heeft geen uitleg willen geven over zijn gedrag, zijn persoon en zijn omstandigheden. Of er sprake is van een seksuele stoornis, kon niet worden onderzocht omdat de man weigerde mee te weken aan een psychologisch onderzoek. De kans op recidive wordt door de reclassering als laag ingeschat, omdat de verdachte zijn leven op orde lijkt te hebben. Zo heeft de man inmiddels een baan gevonden.

Diepe sporen
Door het bezit en de verspreiding van kinderpornografisch materiaal heeft de verdachte volgens de rechtbank de norm geschonden die jeugdigen beschermt tegen seksueel misbruik. Voor de productie van dit materiaal worden (jonge) kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Hierdoor lopen deze kinderen psychische schade op die vaak lange tijd diepe sporen nalaat. Daarnaast kunnen slachtoffers nog lang achtervolgd worden omdat een afbeelding of film nog jarenlang op internet kan opduiken. Verder heeft de verdachte dierenpornografisch materiaal in zijn bezit gehad. Daarvoor worden dieren seksueel uitgebuit.

De rechtbank oordeelt dat gezien de bijzondere ernst van de feiten en het leed dat daar achter ligt, het opleggen van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf noodzakelijk is. Dat de verdachte daardoor zijn werk weer zal verliezen, weegt hier niet tegen op. Het is aan hem om na afloop van zijn straf zijn leven weer op te pakken en werk te vinden.